De columns van Theo Rieman uit Dé Roofvis gaan we hier op een rijtje zetten:


zomer 2004                                (ingezonden mededeling)

Nu eens geen “afleidende” plaatjes, maar gewoon de naakte waarheid in woorden: Tom’s Bucktail Spinners, Tom’s Creatures, Tom’s Spinnerbaits, Tom’s Pike Flies. Iedereen die deze producten wel eens in handen heeft gehad, maar nog liever ermee heeft gevist, weet het zeker! Hier heb je een stuk kunstaas in handen dat is gemaakt met oog voor detail, techniek en kwaliteit. Niets aan deze producten is ‘zomaar’; overal is over nagedacht, alles is tot in den treure getest en getoetst aan de strenge controle van ‘the man himself’ en het team van testers om hem heen.

Natuurlijk heeft hij niet alles zelf verzonnen; probeer nu nog maar eens met iets totaal nieuws te komen?! Maar ieder stukje informatie, of dat nu uit de boeken, van andere vissers, van het web, of waar dan ook vandaan komt, wordt gebruikt ten goede van de “Tom’s” producten. Dat is dus iets waar wij als snoekvisser weer de vruchten van kunnen plukken (of moet ik zeggen “de snoeken voor even uit hun element kunnen krijgen”?).

“Wat doet dit kleine kraaltje hier, Tom?” “Dat is een lager, Theo, loopt het blad beter.” “Oh, oké, en waarom heb je deze spinner dan met dit loodgewicht gemaakt?” “Daardoor is ‘ie lekker snel te trollen, zonder dat ‘ie gelijk in het oppervlak terrecht komt, Theo”. “Heb jij wel eens ergens géén antwoord op, Tom?” “Ja hoor, soms wel, maar niet als het op mijn eigenbouw aankomt”.

Typisch een voorbeeld van een stukje converstatie bij Tom aan de bindtafel. Het blijft moeilijk om die gozer een keer een vraag te stellen waar ‘ie geen antwoord op heeft. Maar eigenlijk is dat juist wat ik voor zijn spullen vind spreken, overal zit een redenering achter en het is mij nog niet gelukt om een onjuistheid in één van die redeneringen te vinden.

Overigens spreken mijn vangsten hun eigen woordje mee. Ik heb nog niet vaak ‘geblankt’ als ik met zijn spullen de deur uitging. En dat is nou precies waarom ik wel weet welke bucktail ik pak als ik de groene dames achter de kieuwen aan ga: een Tom’s Bucktail!

Trouwens, ook fijn vind ik dat Tom nu zijn eigen shop (Hotspot Fishing) heeft: zijn keus voor de producten die daar te vinden zijn, ademt dezelfde doordachtheid uit, die ik ook bij zijn eigen producten zo aansprekend vind.

Theo Rieman

 

....wordt vervolgd....


oktober 2004:

(ingezonden mededelingen)

 Willen jullie er nou wel eens rekening mee gaan houden dat ik ook de jongste niet meer ben!

Ben ik eindelijk van mijn (met alle respect) “Schreiner-syndroom” af, wordt ik weer doodgegooid met klein kunstaas. Oké, dat “Schreiner-syndroom” vraagt om uitleg natuurlijk. Dat dan maar eerst. Kijk, ik en met mij hele generaties vissers, zijn opgegroeid met de boeken en stellingen van de overigens hooggerespecteerde heer Schreiner. Zo licht mogelijk vissen, lekkere kromme hengeltjes tijdens de dril en zo verder. En zo hebben wij allemaal een heleboel vissen gevangen en een heleboel lol gehad aan het drillen van zelfs de kleinste snoekjes. Maar tijden veranderen en dus ook technieken, kunstaas en ideeen. Met de komst van het grotere kunstaas, moesten we al naar zwaardere hengels. Toen daarna de jerkbaits kwamen, werden we gedwongen om op een andere manier naar de hengel te gaan kijken; zo’n kromme hengel tijdens de dril is natuurlijk hartstikke mooi, maar met een zachte hengel krijgen we de jerkbaits niet aan het bewegen. Ik herinner me nog als de dag van gisteren: ik stond in mijn favoriete hengelsportwinkel en werd voorgesteld aan één van de eerste jerkbaithengels. Man (of vrouw), je had me moeten horen: “ Ik ga dus echt NOOIT met een bezemsteel een beetje stoelpoten in het water staan gooien”.  Ahem, enige jaren, hengels en duizenden Euro’s aan kunstaas verder, moet ik eerlijk bekennen dat er niets zo veranderlijk is als de mens. Mijn stokken zijn écht stijf, gewoon omdat ik anders nooit de actie in de jerkbaits krijg die ik hebben wil. Er heeft ook een verschuiving in de visbeleving plaatsgevonden: in plaats van de grootste kick te krijgen van de dril, krijg ik die nu van het verleiden van de vis met het kunstaas dat ik gebruik, dat ze daar toch maar voor gaat (bedankt voor deze quote, Henk). AfTefijn, dat bedoel ik dus als ik het heb over het “Schreiner-syndroom”. Een heleboel mensen hebben die stap nog niet gemaakt, of staan al een poosje op de drempel te balanceren.

Maar om op mijn begin terug te komen, kom ik binnen bij Hotspot Fishing, zie ik ineens allemaal nieuw kunstaas en allemaal tot zo’n 10 centimeter! Je gaat me toch niet vertellen dat ik de oude stokken uit de kast moet trekken om met de laatste mode mee te gaan? “Nee, Theo, dat is ten eerste voor al die mensen die de Roofblei hebben ontdekt en ten tweede blijkt een nieuwe generatie het baarvissen ineens weer helemaal vet te vinden. En daar moeten wij dan als echte roofviswinkel direct op inspringen, snap je?” “Ja hoor, Tom, ik snap het helemaal, maarre, heb je voor mij ook nog iets nieuws?” “Wat dacht jij dan, Theo? De Slidin’ Shads zijn binnen; echt iets voor jou. Kom, lopen we effe naar de overkant, laat ik ‘m even zwemmen en wie weet, is er wel weer zo’n dom wicht dat er in trapt, gebeurde me gisteren ook weer, 65 centimeter, maar erop duiken alsof ze al weken niet gegeten had.”

 Gelukkig, ben ik toch nog aan het goeie adres hier, pfoeh

 Theo Rieman


december 2004

Worden jullie ook zo moe van al die verkapte advertenties? Dan ben ik gewoon een (denk ik) leuk stukkie aan het lezen over technieken en tactiek wat betreft het roofvissen. Maar tijdens het lezen bekruipt mij een naar gevoel; óf het ontbreekt totaal aan merknamen en dus weet ik dat ik de spullen die deze man gebruikt uit de States ofzo moet halen, óf het stikt van de merknamen. Maar dan wel allemaal van dezelfde groothandel, zodat de geloofwaardigheid volledig zoek lijkt te zijn. Over geloofwaardigheid gesproken: soms zie je foto’s van reclamepoppetjes. Een petje van het éne merk, een jas van het andere merk, de hengel van nog een ander merk en dan het ‘gebruikte’ kunstaas van weer het petjesmerk. Dat lijkt dan een leuke mengelmoes van door de geportetteerde goed bevonden spulltjes. Maar kijk je wat verder, blijkt alles op die éne foto....jawel, weer van diezelfde groothandel te komen. (Die overigens niet de moeite neemt om gewoon te adverteren zoals alle anderen, deze verkapte manier is duidelijk effectiever en vooral goedkoper; laat het adverteren maar aan de winkeliers over, denkt ‘ie) Zet er dan gewoon lekker boven dat het om een advertorial of ingezonden mededeling is, dan weet ik ook waar ik aan toe ben.

Zolangzamerhand krijg ik iets van “ooit een integer sportvisser ontmoet?” Jawel, denk ik dan ook weer, dat zijn die mannen die zich niet laten fotograferen door deze niet nader genoemde gebruikers, maar die heus wel hun vissie vangen en dat ook zeker niet onverdienstelijk doen. Dat zijn ook die mannen (en die enkele vrouw) die niet lopen te brallen in de hengelsportzaak als er iemand trots binnenkomt om zijn vangst van een mooie polder tachtiger te melden, maar die meeleven en meegenieten van ook de kleinere vangsten van anderen. Terwijl zij zelf vaak meerdere meters per visdag vangen, maar het niet nodig vinden anderen uit te lachen als hen dat niet lukt of boeit. Sterker nog, op een rustig moment zie je vaak juist deze mensen even de moeite nemen om tips en zelfs stekken met anderen door te nemen.

Gelukkig weet ik dat éne zaakje te vinden dat iedereen, beginner en ‘pro’ met respect ontvangt en behandelt en dat lekker zijn eigen koers vaart, zonder dat ik er exact dezelfde spullen tegenkom als in al die andere winkels. Ik durf daar rond voor uit te komen: ik ga wel lekker naar Hotspot Fishing.

 Theo Rieman


februari 2005

Elk nadeel heeft zijn voordeel ....

Een nadeel aan het schrijven van deze stukjes is, dat ik nu door sommige mensen als ‘Schrijvende Nederlander’ wordt benaderd. Dit heeft dan wel weer als voordeel (als je dat zo kan noemen) dat men toch een klein beetje tegen je op gaat kijken en je met wat meer égards’ word behandeld (of juist niet).

Het nadeel daarvan is dan weer, dat ik ook op mijn vingers wordt gekeken als ik in een hengelsportwinkel rond loop.

Zo kocht ik laatst een reel bij Hotspot Fishing; een fijne Abu 6500. Tussen haakjes, dat vind ik dan ook weer zo handig aan dat tokootje, dat ze voor zover mogelijk alle reels zowel links als rechtshandig hebben liggen. Ik ben dus links en voor mij zijn de ‘00’ series van Abu dan ook perfect (we laten de ‘01’s wel aan al die gewone mensen over). Maar dan komt het, hé, dan ziet iemand mij die reel kopen waar Tom dan een goeie Dyneema op mag zetten en dan wordt er in mijn oor gefluisterd: “Zou je dat nou wel doen, Theo, die reel hier kopen? Als je naar die-en-die gaat, betaal je zomaar een paar tienen minder.” Jaha, natuurlijk, ik ben dan wel uit de klei getrokken, maar ik kan heus wel lezen, hoor! Ik zie echt die advertenties, folders en e-mail bombardementen wel. Maar goed, dan moet ik een flink stuk rijden naar een winkel waar goedwillende tieners me met de beste wil van de wereld niet kunnen vertellen wat ik wil weten, de koffie is niet te hachelen en ik moet regelmatig nog betalen voor mijn bakkie troost ook. En troostte dat bakkie dan nog maar; meestal word ik erg verdrietig van dit soort ‘hengelsportwinkels’. Ik vind het geen sfeer hebben; voor goed advies is er geen tijd en/of know-how en je staat er niet lekker makkelijk te kletsen met mede broeders en zusters. Als je ze al ziet, zou je ze misschien kunnen beschreeuwen, maar het is in zo’n grote en steriele of in een propvolle en rommelige ruimte toch minder makkelijk gelijkgestemden te vinden. Natuurlijk wordt ook de inhoud van mijn knip steeds kleiner, net zoals bij de overgrote meerderheid van de mensen. Dus dan maak ik zo af en toe voor mijn eigen gemoedsrust een rekensommetje; aantal kilometers, benzine, tijd (die ik liever besteed aan een goed gesprek of vissen! dan aan op ’s lands wegen te ‘filometeren’) en dan weet ik het weer! Tenslotte ben ik wel met mijn hóbby bezig, ja, mag ik dan ook tijdens de voorbereidingen plezier hebben?

Ik heb dat natuurlijk al lang niet meer nodig, maar steeds vaker zie ik mensen die bij Hotspot Fishing hun eerste reeltje kopen, met Tom naar de overkant lopen. Waarom? Nou, voor een tien minuten of een kwartiertje ‘werples’. Meestal blijkt dat voldoende tijd voor mensen om de grondbeginselen van het gooien met een reel onder de knie te krijgen en kunnen ze met die basis lekker met hun nieuwe aankoop aan de slag. Godsamme, ik wou dat ik dat twintig jaar geleden had gehad; dan had ik vanaf het begin plezier gehad van mijn eerste reeltje en niet pas héél veel, pruiken, vloeken, tieren en weken verder! Dus; dan kost dat reeltje maar een paar Euro’s meer, aan het eind van mijn rekensommetje weet ik het wel:
elk voordeel heeft
óók zijn nadeel!

 

Theo Rieman


april 2005

Gesloten tijd en vergunningen

Zo langzamerhand sta ik wel bekend als een aartsmopperaar. Dus mijn image zal niet worden geschaad als ik er deze keer nog twee onderwerpen bijleg, te weten de titel van dit stukje.
Ik ben natuurlijk geen ‘oloog en al helemaal geen wetgever, maar volgens mij slaat de gesloten tijd helemaal nergens meer op.
Tegen de tijd dat ik niet meer op snoek mag visssen, zijn ze negen van de tien keer al afgepaaid. En trouwens, stel dat ze dan nog midden in de paai zijn ? Als ik met mevrouw Rieman bezig ben met (het oefenen voor) de voortplanting, kan je mij een verse witte boterham met roomboter en pindakaas voor mijn neus hangen (noem ik een gebakkie), maar boeien doet me dat dan echt niet!
Ik neem gewoon mijn eigen verantwoording hierin; als de vis gaat paaien laat ik haar met rust en daarna ook nog even om weer op krachten te komen.
Het lijkt erop dat de datum van de toen vastgestelde gesloten tijd ooit ergens op sloeg, maar in deze tijd van klimaat-verandering lijkt het de plank volledig mis te slaan. Misschien wordt het tijd om hier eens op een realistische, eigentijdse manier naar te kijken?

En dan de vergunningen! In een Amerikaans blad las ik een stukje geschreven door een Hollander, waarin deze onder andere vertelde met nagenoeg één vergunning te kunnen vissen in Nederland?? Nou, niet waar ik wil vissen! Je moest eens zien wat een stapel papieren ik meesleep: wil ik in de polder vlakbij, dan heb ik een vergunning nodig van de één, wil ik op de grote plas wat verder weg, heb ik een vergunning nodig van de ander en ga zo maar dooor.
Natuurlijk is het veel makkelijker dan ‘in het buitenland’ maar we zijn ook wel even qua oppervlak wat kleiner dan ‘het buitenland’.
Een goede aanzet is de Grote Vergunning, maar het wordt mijns inziens hoog tijd dat al die ‘kleine’ verenigingen zich daar ook eens bij gingen aansluiten. En als we dan ook nog eens een eenduidige regelgeving krijgen op het gebied van  waneer wat wel en niet mag en hoeveel meegenomen mag worden enzovoorts, dan zou het leven van een heleboel mensen, sportvissers, maar ook de controleurs en de politie er een stuk makkelijker op worden!

Maar ja, er is nou eenmaal nog gesloten tijd en die kom ik dan wel door met het vissen op de ruisers, af en toe een ritje naar het Oostvoornse Meer (gaat goed joh, met kunstaas) en veel droogvissen. En ik heb ook al een aantal bofferds gesproken die het voor de Scandinavische en Ierse snoeken moeilijk gaan maken. Ach, misschien komt mijn tijd ook nog wel.
Voorlopig ga ik lekker de zaterdagen naar Hotspot Fishing, want daar is altijd wel wat te beleven!

Theo Rieman


 

StatisticsCounter